De Zwaan Uitvaarten

Melden van overlijden: 030 238 00 38
Utrecht, de Bilt, Bilthoven, Zeist & regio

Een verdrietig vak?

“Kunt u ’s nachts wel slapen?”, vraagt de 17-jarige kleinzoon na de uitvaart van zijn oma aan mij. Hij verwoordt op een heel eigen manier een vraag, die vaak aan ons uitvaartbegeleiders gesteld wordt. U bent zeker vaak verdrietig? Heeft u ook nog wel tijd voor leuke dingen? Wordt u niet somber van al die verdrietige mensen?

Nog een verzuchting, die regelmatig wordt geuit als we afscheid van elkaar nemen is de volgende. De uitvaart zit erop, de condoleance is afgelopen, je geeft de familieleden een tasje mee met het condoleanceboek, de afgespeelde c’s, en alles wat er nog meer met hen mee teruggaat. “Tot ziens hè”, zeggen ze hartelijk, maar dan slaan ze de hand voor de mond. “O nee, ik wil je liever niet snel weer terugzien”, alsof de afscheidsformule een soort magische spreuk is, die het onheil over hen zal afroepen. “Ja hoor”, zeggen we dan vlug met een geruststellende glimlach, “we zien elkaar vast wel weer ‘s in de bibliotheek ”. Je ziet de ontspanning op hun gezicht: o ja, ze doet ook nog gewone alledaagse dingen. Dat er nog leven naast het uitvaartwerk is, valt even helemaal buiten hun waarneming. Dat geeft wel aan hoe intensief de dagen rond overlijden en uitvaart worden beleefd.

Je kent elkaar niet, maar je praat van meet af aan over essentiële dingen, niet over ditjes en datjes.

Een overlijden meemaken en direct daarna de drukke dagen naar de uitvaart toe, dat is geen dagelijkse kost voor de meesten. Gelukkig maar. Voor ons uitvaartbegeleiders, aan de andere kant, is uitvaarten organiseren ons dagelijks werk. Als alledaags ervaren wij ons werk echter zelden. Integendeel. Wij krijgen er in die drukke week van opbaring tot uitvaart vaak juist energie van. Hoe komt dat?

Wij persoonlijk zijn niet verdrietig, omdat wij niemand verloren hebben. We herinneren ons, als dat zinvol is, onze eigen verliezen om nog beter te kunnen afstemmen op de familie waarmee we te maken hebben. We leven mee met het verdriet dat gevoeld wordt, maar we behouden een professionele afstand.

Maar wat we vooral als bijzonder ervaren, is het directe, niet door sociale conventies gekleurde contact. Je kent elkaar niet, maar je praat van meet af aan over essentiële dingen, niet over ditjes en datjes. Voor zijpaden is geen tijd of aandacht, er zijn wezenlijker zaken aan de orde. De wereld van alledag is even teruggetreden en er ontstaat een plaats van geconcentreerde rust en doelgerichtheid. Wij ervaren dat als inspirerend en voedend. Daar ontstaan de bijzondere gesprekken, worden herinneringen gedeeld, worden eigen rituelen bedacht. Dat geeft ons energie.

Dus nee, lieve kleinzoon van je oma, we liggen er niet wakker van. We ervaren het juist als een geschenk om hier als buitenstaander bij te mogen zijn.

Petra Branderhorst